17 de zondag (B)
25 juli 2021
5 broden en 2 vissen

Vandaag lezen wij in het Evangelie het verhaal van de broodvermenigvuldiging, ook gekend als 
het mirakel van de vijf broden en twee vissen.  Wij kennen dat verhaal nog uit onze kinderjaren 
omdat het zo tot onze verbeelding spreekt.  Laten wij er ook vandaag bij stilstaan, 
niet uit nostalgie, maar om er nu, als volwassene tegen aan te kijken en de betekenis 
van het verhaal misschien beter te begrijpen.  Het is een verhaal dat in de Bijbel 
door alle evangelisten in geuren en kleuren wordt verteld. Het optreden van Jezus 
heeft blijkbaar op velen grote indruk gemaakt. Het is ook een verhaal om tot de dag 
van vandaag te onthouden. Juist ook in een tijd waarin de honger in de wereld toeneemt 
en het de mensen blijkbaar niet lukt die honger te stillen.  Is het niet willen of niet kunnen?
Als er honger in de wereld is, kijkt Hij ook nu eerst naar ons. Net zoals toen naar de discipelen. 
‘Geef gij hun te eten.’ En als onze bijdrage toch te weinig is, dan kan en wil Hij dat blijkbaar 
zegenen. Reken maar dat God ook in onze tijd wonderen wil doen.  

 

Vijf broden en twee vissen: zo weinig en tegelijk zoveel! Het wonder overtreft zichzelf 
in de handen van de leerlingen: handen die ontvangen, handen die verder reiken, handen 
die brood en leven delen.
Hij had de vijf broden en de twee vissen aangenomen: veel te weinig voor zoveel mensen! 
Een vertrouwvolle blik tot de Vader, een zegenend gebaar zoals nooit voorheen, en tot 
zijn leerlingen een woord dat hen later steeds verder zal leiden: "Geef gij hen te eten"
Vijf broden en twee vissen: het wonder gebeurt voor wie gelooft, voor wie uit zijn kleine 
levenskorf meer, veel meer haalt dan er is. Verbonden leven met de anderen is samen delen.  
Dat geeft een vreugde die zichzelf voorbijsteekt.
Vijf broden en twee vissen: een mondvoorraad voor enkele mensen. Een wonder van met elkaar 
delen is gebeurd en gebeurt steeds opnieuw: geef aan allen uit je levenskorf, deel en laat 
hen delen: het kleine en waardevolle van iedere dag, het stille wonder van je levensgave.  
Als wij delen, vermenigvuldigt Hij.

Herken je dat? Dat je aan de ene kant een bepaald verlangen of een bepaalde roeping ervaart; 
iets wil doen, maar tegelijk kan je, durf je er niet aan beginnen Ook de volgelingen 
van Jezus kenden dat gevoel. Zelfs nadat Jezus hun geloof in Hem bevestigde met tekenen 
en wonderen en ze daar helemaal vol van waren, zelfs toen nog voelden ze zich een moment 
later totaal onmachtig. 
Of ze even 5000 mensen te eten wilden geven ... , zo maar, onverwacht..


In het brood, in het graan, is de akker, is de wassende maan, is de brandende zon, 
is de ploegende boer, is de hand van de bakker, is de Bron.
Voor ons moet brood zijn, wat het was in Jezus’ handen:
sprekend teken van het geheim van het leven, van het leven de mens gegeven.
Voor ons moet te eten geven worden: levensvreugde delen met anderen, naasten en medemensen 
deelgenoot maken aan het geluk dat we kennen, de moeite die wij doen,  de zorgen die wij 
kennen, het verdriet dat wij hebben.
Brood, levend brood, waar je op kunt teren je hele leven lang,
als je gelooft en hoopt op Hem die het zal geven.
Brood, levend brood, dat vrede brengt en liefde, waar koude is en eenzaamheid;
dat hulp brengt en hoop, als wij er zelf in geloven.
Dat brood, dat levend brood dat leven geeft aan de wereld om ons heen.

Je moet echt gek zijn om met vijf broden en twee vissen een massa volk te eten te willen geven…  
Maar Jezus zegt: “Kom hier met wat je hebt.”
Je moet echt gek zijn om met je eigen aarzelende geloof zoekende jongeren op weg te willen helpen…  
Maar Jezus vraagt: “Geef wie je zelf bent.”
Je moet echt gek zijn om, als je zelf in problemen zit, een vriend in nood te willen raad geven…  
Maar Jezus moedigt aan: “Doe wat je kunt.”
Heb nooit schrik je in te zetten, ook niet wanneer je twijfelt of je de opdracht wel aankunt, 
want Jezus rekent op je, en Hij blijft je nabij.

Bidden wij tot God onze Schepper,  dat we brood mogen zijn voor elkaar, elkaar helpen en ondersteunen.   
Dan zal God hier in ons midden zijn.
Dat we bekers van vriendschap zijn voor elkaar, elkaar dragen, steun zijn voor wie lijden.  
Dan zal God hier in ons midden zijn.
Dat we licht van Gods licht zijn voor elkaar. een helpend gebaar, een luisterend oor, 
een warme hand.  
Heer, Jij bent dat brood, waar wij elke dag nood aan hebben.
Wij bidden U, wij beseffen zelf niet hoe hard wij Uw voedsel nodig hebben, Uw Brood van leven.  
Dan zal God hier in ons midden zijn.  Zo geloven wij.
doc.: Tekst: 17_zondag(B)-2021-07-23
Tekst aanpassen (verantw.)    Thuispagina