Christus Koning 

De twee lezingen, zowel die uit het boek Daniël als die uit de openbaring van Johannes 
van deze zondag van Christus Koning, zijn telkens visioenen van een machtig, 
niet eindigend, alles overheersend rijk. 

 

                                                                                                                                        
Visioenen en dromen zijn van alle tijden en ook wij koesteren er wellicht enkele in onze gedachten. De woordkeuze en de beelden gebruikt bij Daniël zowel als bij Johannes doen mij niet direct denken aan onze Kerk vandaag hier bij ons. We zijn een kleine gemeenschap geworden en de manier waarop wij ons geloof beleven en waarop wij dat vieren, spreekt zeer velen niet meer aan. Een bijzonder zinnetje bij Johannes bleef toch bij mij nazinderen: “Hij heeft ons bevrijd van onze zonden en ons tot koningen gemaakt, tot priesters voor God zijn Vader.” Met dat begrip “priester” krijgt onze Kerk het ook steeds moeilijker. Het is soms hopeloos zoeken naar een priester als je er één nodig hebt. Maar is het begrip “priester”, zoals onze Kerk dat door de jaren heen heeft ingekapseld in het vakje: “ongehuwde mannen, gewijd door de kerkelijke hiërarchie” hetzelfde als wat hier in het droom van Johannes wordt bedoeld. Dat is zeker voor discussie vatbaar. Mag ik op mijn beurt even naïef dromen, zoals Daniël en Johannes destijds droomden en voor ons toen hebben opgeschreven. Het is een droom van een gemeenschap van mensen die het voor mekaar opnemen, die samen leed, zorgen en pijn en blijheid delen. Dat kan gebeuren in allerlei kleine groepen. Die groepen laten elkaar niet los en blijven mekaar bemoedigen. Ze komen af en toe samen om dit te vieren en symbolisch delen ze dan samen een stuk brood en een beker wijn. De intenties en zorgen van die gemeenschap worden dan samen gelegd en men vertelt de verhalen uit die gemeenschap en legt ze ook naast de verhalen over Jezus die ons nagelaten werden. Er wordt samen gebeden en gezongen. Deze bijeenkomsten worden voorgegaan door wijze mannen of vrouwen aangeduid door die gemeenschap. Zij vullen het koningschap in zoals Jezus het zou kunnen bedoeld hebben wanneer hij aan Pilatus antwoordt: “mijn koningschap is niet van deze wereld”. Het is een koningschap van onderlinge dienstbaarheid, niet van glorie en macht. Het is niet het koningschap dat wordt afgedwongen met wetten en regeltjes. Het is er één van openheid en bekommernis, waar niet wordt veroordeeld maar waar de gebroken mens terug wordt opgericht. Ik zei het al, het is een naïeve droom en zal wellicht moeilijk, zo niet onmogelijk, te realiseren zijn. Maar het is een droom die mij gaande houdt, waar ik warm van word. Die ik wil blijven delen met de mensen die ik mag ontmoeten en waar ik mee samenleef. In die droom blijft Jezus onze koning, eentje die mensen geneest ook op de Sabbat. Een koning verdient een kroon: in onze kathedraal in Antwerpen ligt in de “corona kapel” een bijzonder mooie kristallen doornenkroon van de kunstenaar Javier Perez, als je kan moet je hem zeker eens gaan bekijken. Christel Celis schreef daarbij volgende overweging: Glazen doornenkroon transparant in mysterie gehuld daar is het waar ik U vinden kan waar de mens die Gij mij zendt zijn hand reikt naar U naar mij geen aardse rijkdom al dan niet in mijn bezit kan soelaas bieden het noemen van Uw Naam het handelen vanuit Uw bestaan maakt voeten los handen vrij harten open geen doornen die snijden maar een vlechtwerk oneindig onvermoeibaar verbindend in liefde mysterie van hoop van kracht en nabijheid van Liefde die ons ALLEN zendt. Laten we de advent aanvangen met een droom! Amen. 21/11/2021 - 34ste zondag (B) Ward Gielis
doc.: Tekst: 34_Zondag(B)-2021-11-20
Tekst aanpassen (verantw.)    Thuispagina