12de zondag door het jaar (C)

Bezinning voor Kerk en Leven

In de lezingen van de twaalfde zondag door het jaar, komen drie thema’s aan bod:
•	De universaliteit van Jezus’ Kerk
•	Voorspellingen over het lijden en de dood van Jezus
•	Wie is Jezus

De universele wereldkerk

In zijn brief aan de Galaten houdt Paulus een pleidooi voor een universele wereldkerk. 
De gelijkwaardigheid van elke mens is een grondgegeven uit de joods-christelijke traditie. 
Paulus schrijft een voor zijn tijd revolutionaire zin: “U allen die door de doop één met 
Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, 
slaven of vrijen, mannen en vrouwen - u bent allen één in Christus Jezus” (Gal 3,27-28). 
Lucas zit in zijn evangelie op dezelfde lijn: “Wie achter Mij aan wil komen, 
moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen” (Lc. 9,23). 
Dat wil niet zeggen dat we zelf het lijden van Christus moeten beleven. Een christen zoekt 
het lijden niet, hij bestrijdt het. Maar hij ontvlucht het niet, zo dit verband houdt met 
de gerechtigheid.



De zin “het is niet man en vrouw, u bent allemaal één in Christus Jezus” klinkt erg hedendaags. 
In de maatschappij van 2000 jaar geleden waren de mannen de heersers, en vrouwen hadden een eerder 
ondergeschikte plaats. Maar in feite kunnen we dit beschouwen als een echo op een uitspraak uit 
het eerste Bijbelboek: “God schiep de mens als zijn beeld, mannelijk en vrouwelijk schiep hij 
hen” (Gen. 1,28).
Jezus bracht ons de eerbied bij voor elke mens. Hij verdiepte wat ons reeds van bij de schepping 
gegeven is, het éne door God geliefde mensengeslacht. God heeft de wereld op een wonderbare wijze 
geschapen en op een nog meer wonderlijke wijze hersteld. Deze zin vat de geschiedenis samen 
van Gods werk in de mensen. Hij schept, verlost en voltooit. 

Het lijden en de dood

Zowel in de eerste lezing van de profeet Zacharias, als in het evangelie gaat het over het lijden en de dood. 
Bij Zacharias lezen we : “Dan zullen zij opzien naar hem, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht 
houden, zoals men die houdt over de enige zoon; zij zullen om hem klagen, zoals men klaagt om de eerstgeborene.” 
Dit is duidelijk reeds een verwijzing naar de dood van de Messias. In het evangelie van Lucas is het duidelijker: 
“De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden worden verworpen 
en gedood, maar op de derde dag zal hij uit de doden worden opgewekt” (Lc. 9, 9,22). Vandaag worden we 
geconfronteerd met oorlog in Oekraïne, met burgeroorlogen in Syrië, Somalië, Jemen, Oeganda, Irak, enz., 
met dagelijkse schietpartijen in Amerika. De mensen die dit meemaken leven ongetwijfeld in een verlammende angst. 
Zij maken een tragedie mee. Hoe gaan zij daar mee om.
Hetgeen Jezus aan zijn leerlingen vertelt, zou ook verlammend kunnen werken want het zou hen ook in angst kunnen 
onderdompelen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van Jezus. Hij hoopt dat door alles wat Hij gezegd en gedaan heeft, 
hun geloof voldoende gegroeid is om de angst te lijf te gaan. Want het enige wat die verlammende angst kan verdrijven, 
is geloof en vertrouwen. Dat is vandaag zo op al die plaatsen waar wapens tot het dagelijks leven horen, dat was en 
zal altijd en overal hetzelfde zijn. 

Jezus navolgen betekent dat je ook een deel van dat lijden zal dragen. Dat betekent natuurlijk niet dat we alleen 
maar goede christenen zijn als we veel lijden voor ons geloof. Het is tegenwoordig weinig evident is om uit te komen 
voor je geloof. Als we dat dan toch durven, dan is spot soms wel ons deel, maar om nu te zeggen dat dit lijden is voor 
ons geloof, dat is misschien toch wat te ver gezocht. Er is trouwens nog een ander zinnetje uit dit evangelie dat bij
 veel mensen blijft hangen: wie Jezus wil volgen, moet met zichzelf breken. Hoe moeten we dat in ’s hemelsnaam begrijpen?

Herhaaldelijk lezen we in de Bijbel dat God de mens liefheeft. Zijn Zoon Jezus heeft ons voorgeleefd hoe wij die liefde 
kunnen beleven. Het is een liefde die geldt voor iedereen, maar voor de mensen die het moeilijk hebben is er toch 
wel enige voorkeursliefde. Jezus nam het vooral op voor mensen die niet meer meetelden, die aan de rand van 
de samenleving stonden. Die keuze haalde het religieus establishment duchtig door elkaar, zo duchtig zelfs dat Jezus 
een bedreiging werd. Als wij nu ook in het spoor van Jezus de kant kiezen van de mensen die niet meetellen, die aan 
de kant gezet worden, dan zullen wij ook heel vlug merken dat dit voor sommige mensen bedreigend is. En toch is dat 
onze roeping: aan alle mensen de Blijde Boodschap verkondigen. Het is in ieder medemens, ook de gekwetste, de arme, 
de gehandicapte een gelijk van God ontdekken en ieder mens behandelen als was het God zelf. 

Wij moeten proberen dezelfde weg te gaan die Jezus is gegaan: de weg van onbaatzuchtige liefde. 
Hij cijferde zichzelf weg, omwille van die liefde.

Wim Holterman (osfs) schreef hierover een mooie tekst:

Jezus windt er geen doekjes om.
Geloven is niet vrijblijvend.
Het is ook je kruis opnemen,
jezelf durven te verliezen
in naam van de liefde.
De Gezalfde navolgen
is zijn weg gaan
door dik en dun.
Een weg van geven en vergeven,
van liefde en rechtvaardigheid.
Eigenlijk moet ons geloven
zichtbaar worden in ons leven.
Het is: niet schuwen
de weg van de minste te gaan.
Het is: jezelf kwetsbaar opstellen.
Heldendaden worden niet gevraagd,
wel daden van volgehouden liefde,
van aandacht voor andermans lijden,
van zorg voor iemands toekomst.
Daarom is het nodig
om soms de stilte te zoeken,
om nieuwe kracht op te doen
en om onze ogen open te houden
voor de nood van mens en wereld.
Belijden, dat Jezus de Gezalfde is,
daagt uit zelf ‘gezalfde’ te worden.
Dat is de pijn van ons geloven.
Maar het geeft wel zicht op leven.

Wie is Jezus?

In het evangelie van de 12de zondag door het jaar stelt Jezus twee vragen:
“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”
“En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”
Op de eerste vraag kwamen de antwoorden Johannes de Doper, of Elia, of een andere profeet, 
opgestaan uit de doden.
En op de tweede vraag antwoordde Petrus: De Messias, de Gezalfde van God.
Wellicht zouden wij ook dit laatste antwoord geven, want zo hebben we het geleerd in 
de godsdienstlessen, van onze ouders, tijdens de catechese.

Maar Jezus verwacht niet zomaar een klakkeloos antwoord. Hij wil dat we er goed over nadenken 
wie Hij voor ons is, welke betekenis Hij voor ons heeft. Dat is de kern van zijn vraag.
Hij is diegene die ons heeft toegezegd dat Hij de weg, de waarheid en het leven is en dat al 
diegenen die zich aan zijn woord houden, hun doel nooit zullen missen. Hij is diegene die ons 
de Geest en de begeestering heeft geschonken. 

We moeten dus goed nadenken wie Hij voor ons is. Het antwoord dat wij op die vraag zouden geven, 
zegt iets over hoe wij met Hem omgaan, over de plaats ook, die wij Hem in ons dagelijkse leven 
geven. Wie Hij is voor ons, vinden we dat iets persoonlijk, of willen we dat ook uitdragen, 
en hoe? Door bv één of meerdere kruisbeelden in onze woning te hangen, door in gesprekken 
te zeggen dat we gelovig zijn, dat we kerkelijk zijn, door dit uit te dragen in ons handelen, 
niet in grootse daden, maar in het gewone, alledaagse leven. 
Voor Hem moet je geen vlaggen uithangen om te tonen dat Hij belangrijk voor je is, neen, 
je moet zelf de Blijde Boodschap worden die Hij wilde verspreiden. Dat lijkt onmogelijk, 
je kan het alleen maar als je durft geloven, vertrouwen in die Jezus. Dan pas kan Hij je 
de kracht geven om het kruis op te nemen, om eerst aan de ander te denken. Niet omdat je 
jezelf niet belangrijk vindt, maar omdat die ander je nodig heeft. We nemen een 
verantwoordelijkheid door te zeggen wie de ander is. Verstandige mensen zijn daarom vaak 
voorzichtig in het uitspreken van oordelen, beelden van een ander.

Inspiratie:
•	De Bijbel in 1000 seconden
•	Dominicanen Schildebergen
•	homilie.net
•	Wim Holterman (osfs)

Winfried Vangramberen
19.06.2022
doc.: Tekst: CJ12-2022-06-18
Tekst aanpassen (verantw.)    Thuispagina