5e Paaszondag (C) 

Heb elkander lief zoals Ik u heb liefgehad

De Heer herinnert ons vandaag aan zijn nieuw gebod:
‘Heb elkander lief zoals Ik u heb liefgehad.’
Aan onze liefde voor elkaar
zullen de mensen zien dat we zijn leerlingen zijn.



Dat gebod, Gods wens,
wordt vandaag aan ons toevertrouwd,
aan ons persoonlijk
en aan ons als gemeenschap.
Maar we kunnen een ander pas beminnen
als we zelf ervaren wat het betekent bemind te worden.
God houdt van mij, van elke mens.
Ik vraag van jou geen onmogelijke dingen, zegt God,
enkel dat je liefhebt met geheel je hart.
Want alleen daaraan zal iedereen kunnen zien
dat jij mijn kind bent, en dat Ik jouw God mag zijn.
Wees een oase van tederheid voor alle mensen om je heen.
Heb lief met grote warmhartigheid en intense eenvoud
en durf je leven te breken als brood en te delen als wijn,
zoals mijn Zoon je dat ooit heeft voorgedaan. 
Als we dit tot ons laten doordringen, kunnen wij, zijn leerlingen,
ook liefhebben, God en elkaar.

Lezingen
De eerste lezing verhaalt de terugkeer van Paulus en Barnabas van hun eerste missiereis. 
In de tweede lezing ontvouwt Johannes zijn slotvisioen van een nieuwe schepping 
en een nieuwe samenleving in Gods naam. 
In het evangelie horen we hoe dit visioen werkelijkheid kan worden: 
als wij het `nieuw gebod` van Jezus ter harte nemen 
en elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad. 

Eerste lezing: Hand. 14, 21-27
Tweede lezing: Apok. 21, 1-5a
Evangelie: Joh. 13,31-33a, 34-35

In de paastijd van het jaar C worden we door de evangeliën van Johannes meegenomen. 
Met Pasen vergezelt hij ons naar het graf, waar Maria van Magdala al vroeg op weg 
gaat naar Jezus’ graf met kruiden. Hij heeft ons het verhaal gebracht van 
de verschijningen van Jezus aan de apostelen op de avond van Pasen en van 
een verschijning acht dagen later. De eerste keer was de apostel Thomas er niet bij, 
de tweede maal was hij wel aanwezig. Een derde ontmoeting met de apostelen was 
aan het meer van Tiberias. Jezus gaf daar aan Petrus de opdracht zijn schapen te weiden. 
Hij had hem voordien drie maal de vraag gesteld: “Petrus, zie je mij graag?” 
Liefde voor Christus is een voorwaarde en een basis voor een taak in de kerk. 
Daarmee bevestigt Jezus wat we op de vierde paaszondag hoorden: zijn zorg voor 
de schapen, die de Vader hem heeft toevertrouwd. Dat de schapen hem kennen 
en naar hem luisteren getuigt van de liefde die hen met de herder verbindt.
Op de vijfde paaszondag katapulteert Johannes ons terug in de tijd. Hij voert 
ons terug naar het Laatste Avondmaal, waar Jezus als opperste teken van dienstbaarheid 
de voeten van zijn leerlingen wast. Hij drukt hen op het hart zo te blijven doen, 
zo met elkaar te blijven omgaan. Hij vertelt hen wat de Mensenzoon te wachten staat. 
Wanneer Judas de zaal waar Jezus met Zijn leerlingen bijeen was, had verlaten, 
spreekt Jezus merkwaardige woorden: ‘Nu is de Mensenzoon verheerlijkt 
en God is verheerlijkt in Hem.’ Hoe kan Hij daar zo positief over oordelen, 
en op welke manier is zijn Vader verheerlijkt? Het antwoord op die vragen ligt 
in zijn zekerheid dat zijn lijden en dood niet het einde is en dat zijn Vader 
altijd met Hem is en Hem niet in de steek laat. Met andere woorden, 
Jezus’ verheerlijking begint niet met zijn verrijzenis, maar met zijn offer 
voor de mensheid, met zijn lijden en dood. Niet zijn goddelijke onsterfelijkheid 
telt voor Hem, maar zijn menselijkheid. Hij is de Zoon van God, Hij is God zelf, 
maar Hij noemt zich heel uitdrukkelijk de Mensenzoon, dus een mens onder de mensen. 
Een mens zoals wij.
Jezus koppelt er onmiddellijk een ‘nieuw’ gebod aan, wat we als zijn testament 
kunnen beschouwen. “Gij moet elkaar liefhebben zoals Ik u heb liefgehad”. 
De norm van de liefde is deze tussen Jezus en Zijn Vader en tussen God en de mensen. 
In tegenstelling tot de liefde van de mensen met hun beperkingen, is Gods liefde 
onvoorwaardelijk. Man of vrouw, groot of klein, rijk of arm, zondaar of trouw 
aan de opdracht, ander ras of andere geaardheid …het maakt voor Gods liefde niks uit. 
Zo heeft Jezus de mensen liefgehad: zonder eisen en zonder grenzen. Zo heeft God 
ons lief, niet vol oordeel en veroordeling, maar vol barmhartigheid, hulpvaardigheid 
en goedheid. Vol genade, vergeving, zachtmoedigheid en geduld. Een God-met-ons, 
die met ons op weg wil gaan. Jezus vraagt dat ook wij zo zouden doen, zoals Hij 
ons heeft voorgeleefd. De liefde die Jezus bedoelt is een ‘doe-woord’, een werkwoord. 
Liefhebben als echt werkwoord is: niet onverschillig met je medemensen omgaan. 
Soms dingen doen die je eigenlijk liever niet zou doen. Dingen waarvoor je wat werk 
moet verzetten met aandacht en dienstbaarheid voor een ander. Het nieuwe gebod is 
dan ook niet zozeer een echt gebod als dusdanig, maar eerder een opdracht, een zending. 
Voor de Bijbel en dus ook voor de christenen is de liefde de kern van de Blijde 
Boodschap die we te verkondigen hebben. Het hoeft ons dus niet te verbazen dat 
de laatste woorden die Jezus tot zijn leerlingen spreekt een oproep is om de liefde 
onder elkaar te bewaren. Als ze niet weten hoe ze dat moeten doen, dan moeten ze 
maar kijken hoe Jezus die liefde naar hen toe concreet gemaakt heeft. Pas als die 
onvoorwaardelijke liefde onder de volgelingen van Jezus aanwezig is, zal het voor 
de wereld duidelijk zijn wat christen-zijn echt inhoudt. Wij moeten als christenen 
te herkennen zijn aan onze daden van liefde.
Wij mogen tot slot ook nog geloven dat onze God ons een handje helpt bij ons 
liefhebben-als-werkwoord. Johannes heeft het gezien: God laat het nieuwe Jeruzalem, 
de nieuwe hemel, op aarde neerdalen en hij komt daar met ons samen wonen en werken. 
Zie, ik maak alles nieuw, zegt Hij.

God, Bron van liefde, 
door uw Zoon weten wij 
hoeveel Gij houdt van ons en van alle mensen. 
Daarom bidden wij: 
Voor uw Kerk in al haar verscheidenheid. 
Dat zij bij haar zoeken naar de waarheid steeds voor ogen houdt 
dat de onderlinge liefde het ware fundament is. 
Dat zij op basis daarvan in gesprek gaat met andere christelijke Kerken,
wetend dat wij allemaal aan Gods Liefde moeten gestalte geven
in begrip en respect voor elkaar.

Voor alle christenen. 
Dat zij zich in hun leven en werken laten richten door de liefde, 
zoals Christus ons die heeft voorgeleefd 
en ons als een nieuw gebod heeft gegeven.

Voor onze geloofsgemeenschap. 
Dat wij voor elkaar herkenbaar zijn 
als kinderen uit één groot gezin, waar liefde heerst. 

Bezinning
Het gebod van de liefde
is niet alledaags, niet gewoon.
Het is een voortdurende uitdaging
tot radicaal leven.
Een woord, een gebaar:
ze kunnen wonderen doen.
We weten het.
Maar toch zwijgen we soms.
Het valt ons moeilijk 
om daadwerkelijk te geloven.
Het is niet gemakkelijk
om uit ons eigen centrum te komen.
Een ander in het centrum 
van onze aandacht en goedheid plaatsen:
het lijkt zo moeilijk.
En toch weten we ook,
dat de waarde van ons leven
wordt bepaald door ons geven en delen.
Niet wat we hebben is belangrijk,
maar wel wie we voor een ander zijn.
Jezus houdt ons een nieuw gebod voor.
Het nieuwe is misschien wel:
telkens met nieuwe ogen kijken
naar mensen en naar onze wereld;
telkens weer nieuwe creativiteit
ontwikkelen om goed te doen.
Liefde is nooit aftands, nooit uit de tijd.
Ze is altijd nieuw,
omdat ze altijd opnieuw gedaan moet worden.
Een nieuw gebod, een nieuwe uitdaging
om echt mens te worden.
											Wim Holterman osfs

Bidden we tot slot:
God met ons,
waar vriendschap heerst en liefde,
daar laat Gij U vinden.
Dat mochten we horen,
dat mochten wij ervaren in dit samenzijn.
Ga met ons mee
op weg naar morgen.
Geef ons een hart voor elkaar
en vooral voor hen
die onze aandacht en oprechte bezorgdheid nodig hebben. 
Amen.

Kerk & Leven
15 mei 2022

Bronnen: 
- Zondagsvieringen Dominicanen Schilde, 
- Preken on-line
doc.: Tekst: CP5-D1-2022-05-14
Tekst aanpassen (verantw.)    Thuispagina