Doop van de Heer – jaar C

Vandaag mogen we opnieuw de figuur van Johannes de Doper ontmoeten.  
In de advent riep hij ons op tot bekering 
en ons voor te bereiden op het Kerstfeest.
In de woestijn stond Johannes te roepen:
"Zondaars, bekeert u want het einde der tijden is nabij. 
God gaat jullie ter verantwoording roepen."

Vandaag vieren we ‘de doop van de Heer’,
een gebeuren dat het begin markeert van Jezus’ openbaar leven.
De onderdompeling in het Jordaanwater
veroorzaakt in Hem een ommekeer:
Op het moment dat ook Jezus door Johannes wordt gedoopt, 
breekt plots de hemel open 
en klinkt er een stem die zegt: 
“Jij bent mijn Zoon, van wie Ik hou en in wie Ik vreugde vind’.  
Hij ontvangt zijn zending,
én de kracht om die zending te volbrengen.
Onze doop zou ook zo’n ommekeer moeten betekenen:
bevrijd en schoongewassen van wat achter ons ligt en ons hindert,
ontvangen we de kracht om ook anderen te bevrijden.
Maar dan wel op voorwaarde
dat wij ons voor dat genadeaanbod willen openstellen.
Laten wij vandaag ook die hemel opengaan en God laten zeggen: 
“Jullie zijn mijn kinderen van wie Ik hou en in wie Ik vreugde schep.”  

Lezingen:
Eerst legt Jesaja ons uit op welke manier een ware dienaar van God 
mensen nabij is.
In de evangelielezing horen wij hoe de hemel zo’n solidaire 
levenshouding bevestigt in de persoon van Jezus.

Eerste lezing: Jesaja 42, 1-4 . 6-7
Tweede lezing: Handelingen van de apostelen 10, 34-38
Evangelie: Lucas 3, 15-16 . 21-22

In het kerkelijk jaar komen na de feestdagen van Kerstmis, nieuwjaar 
en drie koningen de zondagen doorheen het jaar. En op de eerste zondag 
van dat kerkelijk jaar lezen we in het evangelie dat Jezus begint 
aan zijn openbaar leven door zich te laten dopen.
In die tijd was er veel onrust onder het Joodse volk, niet alleen door 
de bezetting door de Romeinen, maar ook door de mistoestanden onder 
het eigen volk. Vele Joden leefden in de overtuiging dat het einde 
van de wereld nabij was en keken hoopvol uit naar de Messias, de Redder. 
Johannes De Doper verbleef toen in de woestijn van Judea, aan de oevers 
van de Jordaan. Hij zag dat de mensen verkeerd bezig waren en besefte 
dat het anders moest. Daarom riep Hij hen op zich te bekeren en 
hun godsdienst opnieuw puur te bleven. Hij riep hen op tot een doopsel 
van bekering. Vele mensen gaven aan die oproep gevolg en lieten zich 
door Johannes dopen. Heel wat mensen dachten dat hij de langverwachte 
Messias zou zijn. Dat wordt door Johannes echter met klem ontkracht. 
“ Ik doop met water, maar na mij komt iemand die machtiger is dan ik …. 
Hij doopt met vuur van de Heilige Geest.”
In de menigte die aanschoof om door Johannes ondergedompeld te worden 
in het water van de Jordaan, bevond zich ook Jezus. Het is niet toevallig 
in de Jordaan … De symboliek die hier achter schuilgaat, verwijst naar 
de uittocht uit de slavernij in Egypte, waarbij de Israëlieten de Jordaan 
moesten oversteken om het beloofde land te bereiken. De Jordaan vormde 
de grens. Eens die overgestoken, konden de Israëlieten een nieuw begin 
maken als uitverkoren volk van God. Ook voor de mensen in de rij werd 
het doopsel door Johannes De Doper gezien als hun oude manier van leven 
afleggen om anders te gaan leven in lijn met Gods wil. Door zich te laten 
dopen door Johannes maakte ook Jezus een nieuw begin: voor Hem begon 
daarna zijn openbaar leven. Na zijn doopsel, terwijl Jezus aan het 
bidden was, ging de hemel open en daalde de Heilige Geest onder de vorm 
van een duif over hem neer. God sprak: “Jij bent mijn Zoon, van wie 
ik zielsveel hou”. Het wordt duidelijk wie Jezus is: de zoon van God. 
De opdracht, de zending die Hij krijgt, komt van God zelf. En het is 
de liefde van God die Hem in beweging zet om naar de mensen toe te gaan 
en de Blijde Boodschap dat God liefde is voor álle mensen, uit te dragen.

 

Na Jezus’ dood en verrijzenis begonnen de leerlingen van Jezus ook 
te dopen in de naam van Jezus. Ook wij werden – meestal in onze kindertijd – 
gedoopt in Jezus’ naam, met water en met de Heilige Geest. Door ons eigen 
doopsel worden wij opgenomen in de christengemeenschap en mogen wij ons 
ook kinderen van God noemen. Tegen ieder van ons zegt God ook: “Gij zijt
 mijn veelgeliefde; in u heb ik mijn welbehagen.” Ons doopsel houdt meteen 
 een oproep in om te leven vanuit en in de Geest van Jezus. Om Gods liefde 
 uit te dragen naar onze medemensen, met speciale aandacht voor mensen 
 in nood. Het is zich richten naar Jezus’ voorbeeld en kiezen voor de weg 
 van liefde, vrede en barmhartigheid. Christen worden is iets waarin je 
 elke dag moet groeien, met vallen en weer overeind krabbelen. Het is lang 
 niet altijd gemakkelijk om dat pad te bewandelen, maar we worden telkens 
 opnieuw opgeroepen om ons best te doen. We moeten altijd proberen het goede 
 te doen. En hoe we dit kunnen realiseren, wordt mooi beschreven in de 
 eerste lezing uit het boek Jesaja. Door de zwakken in bescherming te nemen 
 en gerechtigheid, een eerlijke behandeling voor iedereen te bewerkstelligen. 
 Niet met geweld, maar door vrede te brengen. In ons doen en denken als christen, 
 hebben we bovendien de zekerheid dat we er niet alleen voor staan. 
 We mogen ervaren dat God met ons is. We worden geholpen door Zijn Geest 
 die in ons het vuur, de geestdrift en enthousiasme aanwakkert om Gods liefde 
 in woorden en daden gestalte te geven.
Met Jezus zijn we allemaal geroepen om welbeminde kinderen van de Vader te zijn. 
Dat is de Blijde Boodschap die Jezus in het evangelie van vandaag begonnen 
is om te verkondigen.

 Wij bidden U:
open ons hart voor de Boodschap van uw Zoon
zodat we haar beter begrijpen
en haar in ons leven waarmaken.

 Wij bidden U:
help ons groeien in solidariteit met onze medemensen in nood,
zodat we hen brengen tot een nieuw begin van leven.

 Wij bidden U:
help ons groeien in vriendschap en liefde voor onze medemensen,
zodat ook wij uw geliefde kinderen kunnen worden genoemd.

 Wij bidden U
zegen alle gedoopten.
Dat zij blij en enthousiast in hun leven zouden uitwerken
wat zij als waar en goed erkend en beloofd hebben.


Bezinning
Gedoopt zijn 
is bevrijding mogen ervaren.
De toekomst krijgt kansen in je. 
De kracht van het Goede haalt het. 

Gedoopt zijn 
is altijd opnieuw ja zeggen aan Gods Geest
in jezelf en in anderen.

Gedoopt zijn 
is een voortdurende uitnodiging en opdracht 
tot solidariteit met medemensen,
tot delen van je tijd, je aandacht,
om je talenten in te zetten voor Gods droom.

Gedoopt ben je heel je leven .
Het is een Verbond tussen jou en de Geest van God.
Een liefdesverbond!


Bidden we tot slot:
Maak mijn hart eenvoudig, God,
en laat me groeien in verbondenheid met U 
én met mijn medemensen.
Breek de hemel open
en laat me ervaren dat Gij mijn God zijt
en dat ik uw kind mag zijn.
En als ik het af en toe niet meer zie zitten 
om op een blije manier van U te getuigen,
fluister het dan alsjeblieft opnieuw in mijn hart:
dat Gij veel van me houdt
en dat Gij bij mij uw vreugde vindt!
Dank U wel, Heer.

9 januari 2022
Christ´l Laureyssens
doc.: Tekst: Doop_van_de_Heer-2022-01-08
Tekst aanpassen (verantw.)    Thuispagina